Ramen zemen, ik heb er een broertje dood aan. Helaas ben ik niet een van die vrouwen die na gedane arbeid voldaan naar haar blinkende ramen staat te kijken. Bij mij overheerst de wanhoop of onverschilligheid, al naargelang mijn gemoedstoestand van die dag. Mijn voorkeur gaat uit naar onverschilligheid, want hoe mijn gepoetste ramen er dan ook uit mogen zien, het doet me geen zier. Dat mijn ruiten door druipers en strepen op een soort matglas zijn gaan lijken, jammer dan. Niet blinkend, wel schoon! O zo! En hup, over tot de orde van de dag.
Maar soms, echt heel soms, dan denk ik dat ik eigenlijk een voorbeeldige huisvrouw hoor te zijn. Dat ik poetsen en boenen leuk zou moeten vinden, of er in ieder geval voldoening uit zou moeten halen. Dat ik niet tevreden zou mogen zijn tot alle kamers volkomen stofvrij, kruimelarm en smetteloos zijn.
Dan wandel ik in gedachten blij en trots door een heerlijk fris ruikend huis en geef ik mezelf denkbeeldige schouderklopjes . In een (wel hele stoute) fantasie zie ik mijn medehuisbewoners binnen komen, de neus snuffelend in de lucht steken en roepen:” Moeder/Schat (afhankelijk van wie er binnenkomt)! Wat heb je je weer druk gemaakt, wat zijn we blij dat alles er weer zo piekfijn uitziet! En, en welke relaxende geur bereikt onze neusgaten hier? Wat zijn we toch ongelooflijk blij met jou”.
Oké, oké, dit was even een uitstapje naar mijn eigen sprookjeswereld.
Nee, dan Meliha! Een paar keer per week werk ik op een vaste plek en daar bevindt zich tevens het terrein van Meliha. Meliha is degene die dagelijks onvermoeibaar en vrolijk babbelend professioneel ten strijde trekt tegen kantoorklerkenviezigheid en ander bureaugerelateerd vuil. Verborgen stofranden worden ontmaskerd en zonder pardon weggepoetst. Voor elk klusje heeft ze een apart doekje. Overal waar zij is geweest, laat ze een spoor van blinkend schone vloeren, deuren en ramen achter. Ach, was ik maar als Meliha.
Toen ze weer eens met één vloeiende zwaai de ramen er als nieuw uit liet zien, kon ik me niet bedwingen. Ik liep naar haar toe en gooide ongegeneerd mijn ruit-en-raamfrustratie eruit. Aandachtig hoorde ze m’n verhaal aan. Na afloop werd ik meegetroond naar haar schoonmaakdomein, een soort diepe kast. Ze diepte haar sleutels op uit haar schortzak, opende haar kluisje en pakte er twee gloednieuwe, in krakend plastic verpakte doekjes uit, een rode en een blauwe. “ Kijk”, fluisterde ze, “ dit is het geheim. Kun je gewoon bij de Wibra of de Zeeman halen. Ze hebben ook goedkopere versies, maar die zijn niet zo goed. Deze moet je hebben. Ik koop ze altijd zelf, want van mijn baas krijg ik ze niet. Hier, van mij, voor jou”.
Verrast en een beetje verbouwereerd stond ik daar, de twee doekjes in m’n handen. “Hup, ga maar proberen thuis, oké?” En weg was ze alweer, haar schoonmaaktrolley vooruitduwend.
En, lieve lezers, het is bijna niet te geloven. Sinds ik de doekjes van Meliha gebruik, zien mijn ramen eruit als om door een ringetje te halen en glimmen de badkamerspiegels als nooit tevoren. Vanuit mijn binnenste borrelt er soms zowaar iets naar boven wat op voldoening lijkt.
Sprookjes bestaan! Dus!
Heel interessant. Dit zou meer gevolg moeten krijgen.
Ik ben het hier niet mee eens. Is namelijk echt situatieafhankelijk.