en genieten van de natuur
Sinds een maand of twee doe ik me drie keer per week voor als een sportieve dame. ’s Morgens spring ik opgewekt uit bed en hijs me in een afgrijselijk strakke loopbroek met dito shirt. Dan huppel ik de trap af naar de huiskamer, doe een paar oefeningen om warm te draaien, trek mijn fluorescerende hardloopschoenen aan en plaats uiteindelijk de koptelefoon op het hoofd. Voila, klaar om naar buiten gaan.
Even later klinken de Vlaamse klanken van Evys stem in mijn oren. “Dit is alweer onze elfde training samen. Amai, wah zijde gij goed bezig, ik ben fier op u”. En hup, daar ga ik weer tot de volgende wandelpauze van een minuut. Ik heb eigenlijk maar erg weinig nodig om in beweging te komen, realiseer ik me. Een bemoedigende opmerking van Evy en ik draaf braaf weer verder. Al joggend vraag ik me af of er ook een mannelijk equivalent van haar is. Zo eentje met een bronzen stem waarbij je dan zelf een passend lichaam verzint, zodat je aan hele andere dingen denkt dan aan pijnlijke scheenbenen. Toch maar eens googlen, wie weet. Voor nu neem ik genoegen met Evy. Zij neemt me op sleeptouw om me zover te krijgen een paar kilometer aan een stuk te rennen. Nou ja, rennen… Eerlijk gezegd zie ik dat er nog niet van komen.
Mijn gesjok lijkt namelijk nog niet echt op hardlopen. Soms heb ik zelfs de indruk wandelend sneller vooruit te komen, de zoetgevooisde begeleiding van Evy ten spijt. Maar, allez, komaan, dat mag de pret niet drukken. Nog vijftien trainingsrondjes te gaan en dan zou ik klaar voor moeten zijn voor de vijf kilometer. Of ik ben er klaar mee, dat kan natuurlijk ook…
