Het cafeetje

Op vrij onregelmatige basis frequenteer ik een lief, klein kroegje.

Naast mijn persoontje vult steeds een vrij harde kern van lieve mensen deze beknopte ruimte, en altijd weer is het gezellig. Verder zijn er nog wat aardige, brave burgers die niet al te lang blijven hangen omdat ze op tijd thuis willen zijn voor uiteenlopende redenen als vrouw, man, eten, kinderen of andere zaken.

Dan de harde kern. Wij waarschuwen onze thuisfronten ’s morgens al dat onze plek aan de dis die avond leeg zal blijven. Ons avondmaal bestaat uit chips, nootjes, bier en wijn. En dat is prima! Ons thuisfront maakt zich dan ook absoluut geen zorgen. Wij ons ook niet, trouwens.

We hebben het naar onze zin. Gewoon, lekker een avondje ouwehoeren aan de bar. De hele wereldproblematiek trekt aan ons voorbij en voor alles vinden we wel een mooie oplossing. Naast een lekker biertje, een vloeiend wijntje of een glas fris wordt er soms iets verrassends aan de schenkvoorraad toegevoegd. Zoals een tijdje terug; Surinaamse rum. Ooit geproefd, Surinaamse rum?
Een kenner ging ons voor in het rumritueel. Een ijsklontje voor de frissigheid, verder puur. In de glazen werd voorzichtig een bodempje geschonken. En het werd stil. Heel stil. Daarna kwamen de tongen weer los. Het ging alleen nog maar over die heerlijke rum. We werden er vrolijk van en iedereen nam zich spontaan voor om een thuisvoorraadje aan te leggen. Later op de avond huppelden we blij, sommigen een beetje aangeschoten, naar onze fietsen. De Hollandse nacht trok voorbij in een David Hamiltonachtige setting en met een glimlach op de lippen reden we met wollige hoofden huiswaarts.


~ door helen op april 28, 2009.

Reageer