Het cafeetje

•april 28, 2009 • Laat een reactie achter

Op vrij onregelmatige basis frequenteer ik een lief, klein kroegje.

Naast mijn persoontje vult steeds een vrij harde kern van lieve mensen deze beknopte ruimte, en altijd weer is het gezellig. Verder zijn er nog wat aardige, brave burgers die niet al te lang blijven hangen omdat ze op tijd thuis willen zijn voor uiteenlopende redenen als vrouw, man, eten, kinderen of andere zaken.

Dan de harde kern. Wij waarschuwen onze thuisfronten ’s morgens al dat onze plek aan de dis die avond leeg zal blijven. Ons avondmaal bestaat uit chips, nootjes, bier en wijn. En dat is prima! Ons thuisfront maakt zich dan ook absoluut geen zorgen. Wij ons ook niet, trouwens.

We hebben het naar onze zin. Gewoon, lekker een avondje ouwehoeren aan de bar. De hele wereldproblematiek trekt aan ons voorbij en voor alles vinden we wel een mooie oplossing. Naast een lekker biertje, een vloeiend wijntje of een glas fris wordt er soms iets verrassends aan de schenkvoorraad toegevoegd. Zoals een tijdje terug; Surinaamse rum. Ooit geproefd, Surinaamse rum?
Een kenner ging ons voor in het rumritueel. Een ijsklontje voor de frissigheid, verder puur. In de glazen werd voorzichtig een bodempje geschonken. En het werd stil. Heel stil. Daarna kwamen de tongen weer los. Het ging alleen nog maar over die heerlijke rum. We werden er vrolijk van en iedereen nam zich spontaan voor om een thuisvoorraadje aan te leggen. Later op de avond huppelden we blij, sommigen een beetje aangeschoten, naar onze fietsen. De Hollandse nacht trok voorbij in een David Hamiltonachtige setting en met een glimlach op de lippen reden we met wollige hoofden huiswaarts.


Paspoppen op de Antillen

•maart 8, 2009 • Laat een reactie achter

Een paar jaar geleden was ik voor vakantie op Curacao. Ik heb m’n ogen uitgekeken naar de verschillende paspoppen die daar in de etalage stonden. Niks ieniemini of alleen maar xxxs. Integendeel, de meeste etalagedames waren uitgerust met een ferme bilpartij, zoals graag wordt gezien op het eiland. De verkrijgbare maten varieerden van S (wat overeenkwam met een L in Nederland) tot XXXXL. Ongeacht hun kledingmaat liep de lokale vrouwelijke bevolking blakend van zelfvertrouwen rond in felgekleurde, strakzittende kleding, korte rokjes en kekke slippers met hakjes. Geweldig! Om jaloers op de worden.

Bij het minste vetrolletje vind ik het halve modebeeld al niet meer geschikt om mijn af en toe iets te weelderige lichaam te bekleden. Fanatiek lijnen is ook niet echt aan mij besteed; daar ben ik te Bourgondisch en te laks voor. Er zit maar een ding op: ik ga me verantilliaansen! Lang leve de Antilliaanse visie. Nu alleen nog een beetje moed verzamelen….

Qi Gong en Offerfeestmuziek

•december 11, 2008 • Laat een reactie achter

Met een vriendin begeef ik me iedere woensdagavond naar een buurthuis in de stad. Daar aangekomen wacht ons een uur vol ontspanning. In gezelschap van een man of 10 geven we ons over aan de strenge instructies van de Qi Gong docent, om daarna in zowel lichamelijke als geestelijke harmonie weer huiswaarts te keren.

Gehuld in“makkelijke” kleding “doen” we de condor, imiteren we de pauw die pronkt met zijn staart, omvatten we de maan, verschuiven we een berg en vormen een trait d’union tussen hemel en aarde. Alles is kalm en in evenwicht.

Terwijl ik af en toe de zaal rondkijk, bekruipt me steeds het gevoel bespied te worden en daar word ik erg onrustig van. “ Ik moet er niet aan denken dat een of andere stukjesschrijver ons zo aan de gang ziet”, fluister ik dan al rondfladderend paniekerig tegen mijn vriendin. En terwijl zij als pauw staat te pralen geeft ze te kennen het roerend met me eens te zijn. Het hele beeld is namelijk nogal hilarisch. Volwassenen die bloedserieus door de zaal heen hopsen als vogel, de maan proberen te pakken en de golfjes van de branding nadoen met hun handen. En dat zonder een glimlachje, want this is serious business!

Gisteravond werd in hetzelfde buurthuis, andere zaal, het offerfeest gevierd. Er klonk opzwepende muziek en er werd er werd uitbundig gedanst. Dat hoorden wij ook, terwijl we beheerst en kalm onze spanningen toevertrouwden aan de zon, de maan of de zee.

Maar gaandeweg raakten we steeds meer in de ban van roffelende trommels en werden de bewegingen minder kalm. De maan werd niet meer liefdevol omvat, maar vastgepakt en teruggesmeten daar waar hij hoorde, het was hoogtij bij de zee en de condor vlocht frivole pasjes door zijn bewegingen.

Na het wekelijkse “dit was het voor vandaag” schoten we in onze jassen en passeerden de plek waar het allemaal gebeurde. Dames in lange gewaden, prachtig opgemaakt en al dan niet gehoofddoekt, zweefden voorbij. Er was een rijdans in volle gang, bezwete voorhoofden werden afgebet en het
“hoppa” klonk uit volle borst. We konden er niets aan doen, de verleiding was te sterk. In de hal van het buurthuis gaven we ons machteloos over aan het ritme van exotische muziek.

Eindelijk, ontspanning…

Liefde in de lunchpauze

•september 3, 2008 • 1 Reactie

Je hoort het regelmatig: collegiale contacten die uitmonden in spannende liefdesconnecties. In het begin nog onzichtbaar voor het grote publiek, later merkbaar aan voorzichtige, romantische wandelingen in de lunchpauze en moeizame afrondingen van gezamenlijke projecten. Het heeft iets leuks, iets aandoenlijks en soms ook wel iets onbegrijpelijks.”Huh? Zij van financiën met die saaie sukkel van het archief? Nee, dat meen je niet!”

Ja, ja dat menen we dan weer wel.

 

Je kunt er zelfs namen voor bedenken. Bij banken wordt al jaren gesproken over een bankstel, bij een verzekeringsmaatschappij zou je het kunnen hebben over een safe-sexstel, op de IT afdeling lijkt een e-couple op z’n plek, bij het openbaar vervoer vrijen BOB-stelletjes elkaar op en bij universiteiten barst het van de rondhobbelende sexy-universiteits-stellen of SUSjes. Bloedserieus, intensief en erg vermoeiend, lijkt me, die arbeidsgerelateerde tortelduifrelaties.

 

Interactieve deelname is niet nodig om mee te genieten als de liefde weer eens flink heeft toegeslagen op de werkvloer.

Samen met bevriende collega’s heb ik me regelmatig bezondigd aan het spelletje “ra, ra, ra, wie doet het met wie?”. Tussen het happen en kauwen door spotten we dikwijls andere medewerkers en meer dan eens zagen we de liefde tussen vakgenoten opbloeien. Echt een aanrader als lunchactiviteit. Vaak hebben de tortelduifjes zelf niet eens in de gaten dat ze zo stralend naar elkaar loeren dat het iedereen opvalt. Lang leve de liefde!

 

Soms richt Amor zijn pijltjes op argeloze, al getrouwde heren en dames. Dat geeft vreemde situaties op bedrijfsfeestjes “met partner”. Leuk om te zien. Je hoeft niet mee te feesten om het toch uitstekend naar je zin te hebben. Verblikkende en verblozende collega’s die ongemakkelijk hun officiële partner voorstellen aan hun dagelijkse illegale maatje. Of verliefde collega’s die geen weet hebben van de officiële partner; ook leuk! Want als je clandestiene liefde als een publiek geheim rondwaart, is je officiële vrouwtje of mannetje natuurlijk wel de Ton van Royen van het feest. Geen benijdenswaardige positie, lijkt me, maar uiterst grappig om van een afstandje te bekijken.
 

De werkplek als vruchtbare bodem voor broeierige blikken, terloopse aanrakingen en onverklaarbare afwezigheid van collega’s binnen de muren van het kantoor. Een soort superbroeikas waar onschuldige e-mails en saaie vergaderingen vaak de oorsprong vormen voor spannende liefdesaffaires. Waar de term teambuilding op verschillende manieren kan worden opgevat. De lucht zindert van ingehouden passie. Love is in the air… and I love it.

 

 

 

 

Koelkastpoëzie

•april 25, 2008 • 1 Reactie

Mijn voorliefde om met woorden en letters te stoeien zal weinigen die mij kennen verbazen. Woordspelingen, flauwe rijmpjes, spitsvondige zinswendingen; ik ben er dol op..

Nee, nee, wees niet bevreesd, enige ambitie om het niveau van Sinterklaasrijmelarij te ontstijgen ontbreekt mij. Er staat voorlopig geen eerste dichtbundel op stapel. En mocht het onverhoopt ooit toch zover komen, dan wordt het een bundel koelkastpoëzie. Waarom?

Van een dierbare vriendin kreeg ik onlangs een presentje, waarbij ze duidelijk de ontvanger (mij dus) in gedachten had gehad. Dat alleen al is voldoende om mij in een stemming van innige dankbaarheid te brengen, maar ook het kadootje zelf maakte een warm gevoel in me wakker.

Koelkastpoëzie! Piepkleine magneetjes met daarop een scala aan woorden met als thema de liefde. “Ach”, zei de vriendin, “leek me leuk. Als je in een rotbui bent, dan laat je dat weten via de koelkast; je bent lief, maar nu even niet, of zo. En als je dan in een romantische bui bent, dan plak je er iets lieverigs op. Tenslotte gaat de liefde van de man, ook bij die van jou, door de maag”.
Daar had ze een punt.

Geweldig. In plaats van de door mijn man uitgeknipte krantentip dat er veel te weinig zout in de Nederlandse keuken wordt gebruikt (en volgens mijn lief in mijn kookdomein zeker) zou de koelkast voortaan worden gesierd door cultureel verantwoorde, ontroerende, geestige gedichtjes en haiku’s.

Welgemoed maakte ik op een avond het doosje met magneetjes open en las de bijbehorende woordenlijst door. Een grinnik borrelde omhoog.

Behalve de neutrale woorden als voor, door, als, met etc. kon ik kiezen uit een verzameling begrippen en uitdrukkingen die zonder enige twijfel bedoeld waren om de lichamelijke uiting van de liefde te beschrijven. Mijn eventuele romantische bedoelingen kon ik dus ook op een minder subtiele wijze aangeven. Een koelkastgedicht met de woorden paal, stijve, kreun, damp, jeuk, tong moest toch wel een erotische ondertoon krijgen. En moet je zoiets dan laten hangen als er visite komt? Voor je het weet denken ze dat je in de keuken niet alleen maar in de potten en pannen roert.

Kortom, met een aangename inwendige giechel ging ik aan de slag. Eerst maar eens iets op papier zetten aan de hand van de woordenlijst, daarna de woordjes opzoeken en klaar is uw gedicht. De eerlijkheid gebiedt me te bekennen dat het laatste woord van mijn eerste probeersel niet voorkwam in de koelkastvocabulairelijst. Maar, met een beetje creativiteit en een schaar was ook dat probleem in mum van tijd opgelost.

Zie hier mijn eerste koelkastgedicht. Dat er nog maar vele mogen volgen…

O chocola, verboden vrucht van sensueel genot,
Liefkozing voor man en vrouw,
Dik worden
Dat is ons lot
 

Sexen of zappen

•januari 29, 2008 • Laat een reactie achter

Zo simpel is het dus. Het zapgedrag van de man verklaard. Niet zelf bedacht, maar een spontane bekentenis van een collega uit onverdachte hoek: man en hetero. “Waarom ik zap? Tja, wat moet je anders doen? Je zit op de bank, kijkt tv en je zapt. ’t Is sexen of zappen”. Het beeld van de moderne Nederlandse homo sapiens masculin: half slapend, liggend op de bank met de afstandsbediening in de hand 

Als vrouw kijk je een film of een programma en tijdens de reclame schenk je koffie in, haal je de was uit de droger of doet andere nuttige dingen. De afstandsbediening gebruik je om de tv aan te doen, te switchen naar een andere zender als een programma is afgelopen of om het toestel tot zwijgen te brengen. 

Als je man bent zit de afstandsbediening helaas echt vastgeplakt aan je hand, daar helpt geen lieve moedertje aan. Tijdens de reclame moet je alle zenders checken. En zo hoort het ook, lees alle boeken waarin de verschillen tussen mannen en vrouwen worden uitgeplozen er maar op na. Het ligt echt aan het kruimeltje jagersinstinct wat je hebt overgehouden uit de oertijd.  

Leuke redenen en beweringen, maar de simpele stelling van mijn collega vind ik veel geloofwaardiger. En op de een of andere manier vast ook wel uit te leggen als overblijfsel uit de oertijd.  

Bovendien biedt deze verklaring een prettig perspectief. Gekleed in sexy lingerie binden wij vrouwen de strijd aan met de afstandsbediening. Een goede reden voor het zoveelste dieet of het volgende abonnement op de sportschool. Tenslotte gaan we niet voor minder dan de overwinning

Vogelvoer en schoonfamilie

•januari 4, 2008 • 1 Reactie

“Kijk maar uit”, zei mijn rij-instructeur, “die Turken vreten vogelvoer”. Een schaterbui kriebelde vanuit mijn middenrif omhoog en met opwellende lachtranen reed ik bijna tegen een boom. Thuis hadden we een papegaai en in gedachten zag ik die zijn voerbakje al delen met traditioneel gehoofddoekte dames. Wist ik veel? 

We gaan even ruim een kwart eeuw terug in de tijd; ik had een Turks vriendje. Menig enkelvoudig nationaliteitsgenoot probeerde me te waarschuwen voor zo’n exoot, overigens met de beste bedoelingen. Maar dat werkte alleen maar averechts. Met de eigenwijsheid, zelfverzekerdheid en arrogantie van een 18 jarige kon ik de hele wereld aan; laat staan een rij-instructeur. Zo hoorde ik geduldig allerlei zin en onzin aan en ging m’n eigen gang.  

Het moment voor de eerste keuring was gekomen; met een hartritme in de vijfde versnelling ging ik mee naar de Turkse paps, mams, zusjes en broertjes. Voorstellen, kennismaken, handje geven, zitten, beetje babbelen; de kat werd door beide kanten onwennig uit de boom gekeken. Ik kreeg eau de cologne in mijn handen gegoten, er werd een dienblad met glaasjes thee binnengebracht en onwennig zaten we tegenover elkaar. Daarna kwamen de limonade, chips en knabbels. Inderdaad, vogelvoer; dezelfde zaadjes die onze papegaai dagelijks met smaak naar binnen werkte.  

Behendig splitste de toekomstige schoonfamilie de pitjes van hun omhulsel en kletste intussen vrolijk door. Voorzichtig deed ik ook een poging. Het werd geen succes. Al mijn inspanningen om de schil onopvallend uit mijn mond te krijgen, ontaardden in onsmakelijke toestanden gepaard met benauwde grimassen. Wat ik ook deed, het schilletje plakte vast aan mijn gehemelte, zette zich vast tussen mijn tanden of sneakte mijn keelgat in.  

Nu, zoveel jaren later, ben ik dol op zonnebloempitten. Even behendig als welke Turk dan ook ontfutsel ik het pitje van haar kleed en verorber het zonder in een adembenemende crisis te belanden. Belangrijk? Welnee, helemaal niet. Leuk? Ja, dat weer wel. Moraal van het verhaal? Met de leuke dingen in het leven komt het uiteindelijk vanzelf wel goed.   

God is vast geen vrouw

•december 11, 2007 • 3 Reacties

….. en als dat wel zo is, dan stelt ze Haar achterban erg op de proef.

Het begint er al mee dat je rond je twaalfde wordt opgezadeld met menstruatie.
Iedereen herinnert zich vast nog wel de eerste keer. Chagrijnig, buikpijn, geklieder met maandverbandjes, getverderrie. En als je een beetje moderne ma had kwam die wel met tampons aanzetten. Die moest je dan bij jezelf naar binnen duwen, iieek! En oei, wat deed dat zeer, zeg. Zat je daar op het toilet te hannesen met die dingen. En ma die om de vijf minuten op de WC-deur klopte en vroeg of het wel ging. Tot je het natuurlijk hartstikke zat werd. Hup, dan maar zo’n hangmat in je onderbroek. 

Een aantal jaren later komt de sex in beeld. Een van de gezelligste dingen die er voor de mens is uitgevonden. Helaas, weer zijn de lasten en lusten niet eerlijk verdeeld. De eerste keer is natuurlijk erg spannend en hopelijk ook een beetje leuk. Met kloppend hart laat je HET gebeuren en vraagt je daarna af of dit nu hetgeen is waar hele wereld romantische liedjes over zingt. Terwijl je nog ligt na te doezelen, voel je de lakens nat worden en dat is niet omdat je je plasje niet kunt ophouden. Nee, nee, tot je verbijstering loopt de hele handel er weer uit. Alsof je inwendig bent gesopt en gezeemd.  

Natuurlijk komt het allemaal goed. Sex werkt verslavend, dus die natte kledderzooi achteraf heb je er later wel voor over. Tenminste, als je het juiste bedmaatje hebt gevonden die ook jou graag verwent. Laten we daar vanuit gaan, want van een horkerige bedgenoot kun je niemand de schuld geven, die kies je zelf uit. Mooi, je hebt dus een geweldige minnaar, je hebt je halfuurtje aandacht op alle fronten weer binnen, het was heerlijk, zalig en alle superlatieven zijn van toepassing. De natte bende ruim je op en je valt moe maar voldaan in een verkwikkende slaap. 

Dan blijft die vermaledijde menstruatie uit… Nee, zou het? Echt? Spannend! Ja, ja, je bent zwanger! Geweldig, je gaat een kind baren!
Zoetjesaan groei je uit je voegen en negen maanden lang ben je aanstaande moeder. Je bekijkt jezelf vol verbijstering in de passpiegel en twijfelt of je ooit weer in model zult raken.

Eindelijk is het zover; de bevalling begint. Je allerliefste staat bleekjes naast je bed en wrijft je rug. Je kreunt en weet zeker dat er iemand met gloeiende tangen je ingewanden uit elkaar trekt. “Kon ik het maar van je overnemen, lieverd”, fluistert je bedmaatje, intussen God op z’n blote knietjes dankend dat dit onmogelijk is. Als alles goed gaat ben je een aantal uren ontsluitingsweeën, persweeën, inscheuringen en hechtingen later moeder van een gezonde baby….en dank je Haar oprecht voor dit  allermooiste kind op de hele aardbol.         

Sex? Nou, nee, bedankt!

•december 7, 2007 • 5 Reacties

Het is alweer lang, lang geleden. Maar soms denk ik nog wel eens terug aan de tijd dat ik voorzichtig nieuwsgierig werd naar de wereld van volwassenheid. Want, daar was ik wel van overtuigd, eenmaal volwassen stonden er rare dingen te gebeuren.

We waren een jaar of acht en de hele klas was besmet. Het virus van dubbelzinnig denken greep om zich heen met de gretigheid van een langdurig gedetineerde die vurig naar de vrijheid verlangt. Bij alles, maar dan ook bij werkelijk alles, drong zich wel een vunzige gedachte op. Of liever, de wens dat we er wel eens iets vunzigs van zouden kunnen denken. En we hadden dolle pret! Van voorzichtig ginnegappen tot brede grijns tot schaterlach tot slappe lach. Juffen en meesters dachten wanhopig wel tien keer na voor ze een zin hun mond uit lieten rollen. Zelfs de bijbelverhalen (want christelijke school) werden in onze hoofden volledig herschreven. Niets was nog heilig, niets was nog veilig.

En wisten we nu precies waar we aan dachten? Jazeker! Er was er natuurlijk altijd wel één in de klas die wist hoe de vork in de steel zat en dat op niet mis te verstane wijze communiceerde naar de rest. Het onvoorstelbare botste met de absolute feiten. Want, ook onze ouders hadden zich ooit zo raar hadden gedragen; het overtuigende bewijs waren we zelf! En onze papa’s en mama’s hadden het niet bij die ene keer gelaten, gezien het feit dat bijna iedereen wel broertjes en zusjes had.

Al die vaders en moeders, saaie ooms en tantes, lieve opa’s en oma’s, buurmannen en buurvrouwen; allemaal hadden ze “het” gedaan. De hele wereld ontpopte zich als één groot bacchanaal, als één grote orgie. Afschuwelijk, ongelooflijk, onvoorstelbaar én lachwekkend! Op verjaardagen kon je niemand meer aankijken zonder het inwendig uit te proesten.

En een ding stond toen als een paal boven water; aan dat soort viezigheid zou jij nooit meedoen. Bah!

Carrièrekansen voor oma

•november 30, 2007 • 3 Reacties

Oma oké, oppas, nee. Een paar dagen geleden in de krant. Noodkreet van een aanstaande oma (hieperdehiep) en onvrijwillig aangewezen oppas (nee, dank u!). Oma worden is een gunst; geen oppas worden is een kunst.

In gedachten zag ik zoonlief aan de telefoon hangen om het grote nieuws te vertellen aan zijn toekomstige oppas.

“Lieve mam, we vertellen het jou als eerste: je wordt oppas! Ja, oppas. We beginnen met twee dagen per week. Ja, gezinsuitbreiding, leuk hè? Wat? Geen zin? Ja, maar, wat moeten we dan? ’t Is toch jouw kleinkind? Jij hebt toch ook je verantwoordelijkheid? Wil je dan dat we het in zo’n kinderschuur dumpen? Wat ja. Ja? Dat meen je niet. Nou, dat had ik van jou nooit verwacht.

O, het maakt je niet uit waar ik m’n kind naar toe breng? Als het maar niet bij jou is. Maar we betalen je ervoor, hoor. Je hebt dat geld niet nodig? Zeker weten?

Ja, ik weet ook wel dat je een baan hebt. Nou, maar dan ga je toch wat minder werken? O, dus jij zit liever op je werk dan bij je kleinkind. Mooi is dat. Wat, wij minder werken? Ja, maar onze carrières zitten nog in de lift. Ja, maar dat is anders, die van jou is toch al afgelopen; kwestie van je tijd uitzitten, toch? O, valt dat wel mee? Jij denkt daar anders over? Oké, oké, ook goed.”

Schijnt tegenwoordig heel normaal te zijn. Stelletje maakt kind en oma wordt oppas. En owee, als je d´r geen zin in hebt. Oppas oma. Eerst breng je je kids groot zodat ze zich enigszins zelfstandig kunnen redden en jij er geen omkijken meer naar hebt. Heerlijk! Eindelijk blijft het huis opgeruimd en kun je zomaar je eigen gang gaan. En dan dit! Oppas oma…

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Even googlen: oma oppas. Leverde veel verrassende informatie op. Fanatieke carrièrebeesten of yuppen met een te zware hypotheek kunnen hun oppas oma namelijk declareren bij de overheid. Wist ik niet.
Ik citeer:”Over geld wordt misschien in familiekring niet graag gesproken, maar zou het niet geweldig zijn om oma een leuke vergoeding te kunnen betalen, en daar zelf een (groot) gedeelte weer van terug te krijgen van de overheid? Ons informatie-boekje kunt u downloaden zodat ook oma het kan lezen”.

Da’s dan toch wel weer fijn. Vooral dat grote gedeelte wat je terug kunt krijgen. Als je een beetje fatsoen in je kersenpit hebt sluis je dat voordeeltje gelijk door naar oma. En dan nog heb je je kind voor een habbekrats onder de pannen. Maar het gaat natuurlijk niet om het geld. Nee, het gaat om de opvang in een huiselijke omgeving. Maar dan moet je wel tevreden zijn over de bewezen diensten natuurlijk. Want oma’s zijn vaak eigenwijze donders.
Ik citeer weer: “Bij ons passen de oma’s elke week ieder een dag op de kinderen. Zij zijn veel minder standvastig en hebben totaal geen overwicht”.

Typisch gevalletje voor een functioneringsgesprek, lijkt me. Resultaat- en ontwikkelingsgesprek, ook een optie. Scholingsplan opstellen misschien? Workshop “Hoe voed ik een kind op?” Tenslotte is oma er al een tijdje uit en de tijden veranderen.

Trainingsgoeroes en bijscholingswatjes, verenigt u! Er is werk aan de winkel.