Koelkastpoëzie

Mijn voorliefde om met woorden en letters te stoeien zal weinigen die mij kennen verbazen. Woordspelingen, flauwe rijmpjes, spitsvondige zinswendingen; ik ben er dol op..

Nee, nee, wees niet bevreesd, enige ambitie om het niveau van Sinterklaasrijmelarij te ontstijgen ontbreekt mij. Er staat voorlopig geen eerste dichtbundel op stapel. En mocht het onverhoopt ooit toch zover komen, dan wordt het een bundel koelkastpoëzie. Waarom?

Van een dierbare vriendin kreeg ik onlangs een presentje, waarbij ze duidelijk de ontvanger (mij dus) in gedachten had gehad. Dat alleen al is voldoende om mij in een stemming van innige dankbaarheid te brengen, maar ook het kadootje zelf maakte een warm gevoel in me wakker.

Koelkastpoëzie! Piepkleine magneetjes met daarop een scala aan woorden met als thema de liefde. “Ach”, zei de vriendin, “leek me leuk. Als je in een rotbui bent, dan laat je dat weten via de koelkast; je bent lief, maar nu even niet, of zo. En als je dan in een romantische bui bent, dan plak je er iets lieverigs op. Tenslotte gaat de liefde van de man, ook bij die van jou, door de maag”.
Daar had ze een punt.

Geweldig. In plaats van de door mijn man uitgeknipte krantentip dat er veel te weinig zout in de Nederlandse keuken wordt gebruikt (en volgens mijn lief in mijn kookdomein zeker) zou de koelkast voortaan worden gesierd door cultureel verantwoorde, ontroerende, geestige gedichtjes en haiku’s.

Welgemoed maakte ik op een avond het doosje met magneetjes open en las de bijbehorende woordenlijst door. Een grinnik borrelde omhoog.

Behalve de neutrale woorden als voor, door, als, met etc. kon ik kiezen uit een verzameling begrippen en uitdrukkingen die zonder enige twijfel bedoeld waren om de lichamelijke uiting van de liefde te beschrijven. Mijn eventuele romantische bedoelingen kon ik dus ook op een minder subtiele wijze aangeven. Een koelkastgedicht met de woorden paal, stijve, kreun, damp, jeuk, tong moest toch wel een erotische ondertoon krijgen. En moet je zoiets dan laten hangen als er visite komt? Voor je het weet denken ze dat je in de keuken niet alleen maar in de potten en pannen roert.

Kortom, met een aangename inwendige giechel ging ik aan de slag. Eerst maar eens iets op papier zetten aan de hand van de woordenlijst, daarna de woordjes opzoeken en klaar is uw gedicht. De eerlijkheid gebiedt me te bekennen dat het laatste woord van mijn eerste probeersel niet voorkwam in de koelkastvocabulairelijst. Maar, met een beetje creativiteit en een schaar was ook dat probleem in mum van tijd opgelost.

Zie hier mijn eerste koelkastgedicht. Dat er nog maar vele mogen volgen…

O chocola, verboden vrucht van sensueel genot,
Liefkozing voor man en vrouw,
Dik worden
Dat is ons lot
 

Met je tiet op de kiek of de tweelinginspectie

Zo, ik val gelijk maar even met de deur in huis. Confronterend? Mmm, misschien. Toch waag ik het erop om deze keer eens een serieus onderwerp onder de loep te nemen.

Borstkanker. Natuurlijk. Posters, foldertjes, geplastificeerde instructievelletjes geklemd in de raming van het badkamerkastje. Maandelijks je borsten bevoelen, betasten en bekijken. Iedereen weet dat je dat zou moeten doen, maar lang niet iedereen doet het. Want het is natuurlijk ook wel eng.

Van uiterlijk pronkstuk, sensueel, erotisch, lustopwekkend lichaamsdeel naar voedselbron naar misschien wel model theezakje. Niets op tegen en ook die theezakjes nemen de meesten van ons uiteindelijk wel voor lief. Als er maar geen hobbels, bobbels en knobbels in komen.  

Borstkanker; we worden ermee doodgegooid. Kotsmisselijk word je ervan. Borstkankermaand, borstkankervereniging, borstkankernet, borstkanker all over the place.

Toch, hoe graag ik ook de luchtige kanten van het leven belicht in een humoristisch stukje tekst, ik kan er niet langer omheen. Sterker nog, ik zit er middenin. 

Jarenlang bevoelde, betastte en bekeek ik mijn borsten op min of meer regelmatige basis. Een griezelige bezigheid, want wat was nu normaal en wat niet? Zagen ze er alletwee nog hetzelfde uit? Hee, zat dit er de vorige keer nu ook al of… 

Anderhalf jaar gelden bracht de ene helft van het duo me aan het twijfelen. Geen bobbel te voelen, maar toch. Ik kreeg een heel apart gevoel van binnen, zeg maar. Toch maar even naar de huisarts.

Tja, wat ik niet voelde, voelde de huisarts ook niet. Geen onregelmatigheidje te bespeuren. Geen enkele reden tot nader onderzoek. Mijn lichaam bereidde zich voor op de overgang, dat was alles. Ik vond het een plausibel verhaal en vertrok opgelucht huiswaarts. En bevoelde iedere maand weer braaf mijn boezem.

Het jaar 2008 diende zich aan en had gelijk een verrassing voor me in petto. Net bijgekomen van de oudejaarsavond stond ik onder de douche en checkte mijn tweeling op afwijkende zaken. En die vond ik. Er golfde paniek door mijn lichaam terwijl mijn geest nog verbijsterd probeerde de situatie te analyseren. Geen enkele twijfel, het was zo klaar als een klontje; dit zat fout.  

Huisarts, mammapoli, foto, mammografie, echo, onderzoeken, wachttijden, uitslagen. Borstbesparende operatie, weer uitslagen. Een kleine gemene tumor van nog geen centimeter zat daar in mijn borst de boel te vernachelen. Een behoorlijk aantal lymfeklieren was al gezwicht voor de kankerterreur en moest worden verwijderd.

Ik heb gejankt, gebaald, ben radeloos geweest, heb gewenst dat ik het nooit had gevoeld en verlangde naar mijn leven van voor de diagnose. Het gezonde verstand verloor het glansrijk van de wanhoop.

Een meevaller; mijn longen, lever en botten bleken schoon; dat wil zeggen, er werden geen afwijkingen gevonden. Dit betekende het verschil tussen een behandeling gericht op genezing of een behandeling gericht op pijnbestrijding en levensverlenging. Misschien toch het resultaat van mijn maandelijkse twijfelende, weifelende en amateuristische onderzoekjes?

Ik kreeg een okselkliertoilet; onthoud die even voor het eerstvolgende woordspelletje, oké? Dit puntenopbrengende woord betekent dat je hele oksel wordt leeggelepeld in de hoop verdere schade zoveel mogelijk te beperken. 

De eerste stappen zijn gezet; twee operaties zijn achter de rug. Goed, er staat nog heel wat op het programma en niet allemaal even leuk. Maar, het doel heiligt de middelen en dat doel is genezing.

Boodschap van dit verhaal? Betast, bevoel en bekijk je lieve borstjes maandelijks; ze verdienen het. Sterker nog, jij verdient het. Zoals een bekende reclame zegt:”you’re worth it!” Want het leven is prachtig!

 

www.pinkribbon.nl
http://www.pinkribbontv.nl/pres/
http://www.breastcheck.nl/

www.borstkanker.net
www.borstkankerforum.nl
www.diagnoseborstkanker.nl

 

 

Sexen of zappen

Zo simpel is het dus. Het zapgedrag van de man verklaard. Niet zelf bedacht, maar een spontane bekentenis van een collega uit onverdachte hoek: man en hetero. “Waarom ik zap? Tja, wat moet je anders doen? Je zit op de bank, kijkt tv en je zapt. ’t Is sexen of zappen”. Het beeld van de moderne Nederlandse homo sapiens masculin: half slapend, liggend op de bank met de afstandsbediening in de hand 

Als vrouw kijk je een film of een programma en tijdens de reclame schenk je koffie in, haal je de was uit de droger of doet andere nuttige dingen. De afstandsbediening gebruik je om de tv aan te doen, te switchen naar een andere zender als een programma is afgelopen of om het toestel tot zwijgen te brengen. 

Als je man bent zit de afstandsbediening helaas echt vastgeplakt aan je hand, daar helpt geen lieve moedertje aan. Tijdens de reclame moet je alle zenders checken. En zo hoort het ook, lees alle boeken waarin de verschillen tussen mannen en vrouwen worden uitgeplozen er maar op na. Het ligt echt aan het kruimeltje jagersinstinct wat je hebt overgehouden uit de oertijd.  

Leuke redenen en beweringen, maar de simpele stelling van mijn collega vind ik veel geloofwaardiger. En op de een of andere manier vast ook wel uit te leggen als overblijfsel uit de oertijd.  

Bovendien biedt deze verklaring een prettig perspectief. Gekleed in sexy lingerie binden wij vrouwen de strijd aan met de afstandsbediening. Een goede reden voor het zoveelste dieet of het volgende abonnement op de sportschool. Tenslotte gaan we niet voor minder dan de overwinning

Vogelvoer en schoonfamilie

“Kijk maar uit”, zei mijn rij-instructeur, “die Turken vreten vogelvoer”. Een schaterbui kriebelde vanuit mijn middenrif omhoog en met opwellende lachtranen reed ik bijna tegen een boom. Thuis hadden we een papegaai en in gedachten zag ik die zijn voerbakje al delen met traditioneel gehoofddoekte dames. Wist ik veel? 

We gaan even ruim een kwart eeuw terug in de tijd; ik had een Turks vriendje. Menig enkelvoudig nationaliteitsgenoot probeerde me te waarschuwen voor zo’n exoot, overigens met de beste bedoelingen. Maar dat werkte alleen maar averechts. Met de eigenwijsheid, zelfverzekerdheid en arrogantie van een 18 jarige kon ik de hele wereld aan; laat staan een rij-instructeur. Zo hoorde ik geduldig allerlei zin en onzin aan en ging m’n eigen gang.  

Het moment voor de eerste keuring was gekomen; met een hartritme in de vijfde versnelling ging ik mee naar de Turkse paps, mams, zusjes en broertjes. Voorstellen, kennismaken, handje geven, zitten, beetje babbelen; de kat werd door beide kanten onwennig uit de boom gekeken. Ik kreeg eau de cologne in mijn handen gegoten, er werd een dienblad met glaasjes thee binnengebracht en onwennig zaten we tegenover elkaar. Daarna kwamen de limonade, chips en knabbels. Inderdaad, vogelvoer; dezelfde zaadjes die onze papegaai dagelijks met smaak naar binnen werkte.  

Behendig splitste de toekomstige schoonfamilie de pitjes van hun omhulsel en kletste intussen vrolijk door. Voorzichtig deed ik ook een poging. Het werd geen succes. Al mijn inspanningen om de schil onopvallend uit mijn mond te krijgen, ontaardden in onsmakelijke toestanden gepaard met benauwde grimassen. Wat ik ook deed, het schilletje plakte vast aan mijn gehemelte, zette zich vast tussen mijn tanden of sneakte mijn keelgat in.  

Nu, zoveel jaren later, ben ik dol op zonnebloempitten. Even behendig als welke Turk dan ook ontfutsel ik het pitje van haar kleed en verorber haar zonder in een adembenemende crisis te belanden. Belangrijk? Welnee, helemaal niet. Leuk? Ja, dat weer wel. Moraal van het verhaal? Met de leuke dingen in het leven komt het uiteindelijk vanzelf wel goed.   

God is vast geen vrouw

….. en als dat wel zo is, dan stelt ze Haar achterban erg op de proef.

Het begint er al mee dat je rond je twaalfde wordt opgezadeld met menstruatie.
Iedereen herinnert zich vast nog wel de eerste keer. Chagrijnig, buikpijn, geklieder met maandverbandjes, getverderrie. En als je een beetje moderne ma had kwam die wel met tampons aanzetten. Die moest je dan bij jezelf naar binnen duwen, iieek! En oei, wat deed dat zeer, zeg. Zat je daar op het toilet te hannesen met die dingen. En ma die om de vijf minuten op de WC-deur klopte en vroeg of het wel ging. Tot je het natuurlijk hartstikke zat werd. Hup, dan maar zo’n hangmat in je onderbroek. 

Een aantal jaren later komt de sex in beeld. Een van de gezelligste dingen die er voor de mens is uitgevonden. Helaas, weer zijn de lasten en lusten niet eerlijk verdeeld. De eerste keer is natuurlijk erg spannend en hopelijk ook een beetje leuk. Met kloppend hart laat je HET gebeuren en vraagt je daarna af of dit nu hetgeen is waar hele wereld romantische liedjes over zingt. Terwijl je nog ligt na te doezelen, voel je de lakens nat worden en dat is niet omdat je je plasje niet kunt ophouden. Nee, nee, tot je verbijstering loopt de hele handel er weer uit. Alsof je inwendig bent gesopt en gezeemd.  

Natuurlijk komt het allemaal goed. Sex werkt verslavend, dus die natte kledderzooi achteraf heb je er later wel voor over. Tenminste, als je het juiste bedmaatje hebt gevonden die ook jou graag verwent. Laten we daar vanuit gaan, want van een horkerige bedgenoot kun je niemand de schuld geven, die kies je zelf uit. Mooi, je hebt dus een geweldige minnaar, je hebt je halfuurtje aandacht op alle fronten weer binnen, het was heerlijk, zalig en alle superlatieven zijn van toepassing. De natte bende ruim je op en je valt moe maar voldaan in een verkwikkende slaap. 

Dan blijft die vermaledijde menstruatie uit… Nee, zou het? Echt? Spannend! Ja, ja, je bent zwanger! Geweldig, je gaat een kind baren!
Zoetjesaan groei je uit je voegen en negen maanden lang ben je aanstaande moeder. Je bekijkt jezelf vol verbijstering in de passpiegel en twijfelt of je ooit weer in model zult raken.

Eindelijk is het zover; de bevalling begint. Je allerliefste staat bleekjes naast je bed en wrijft je rug. Je kreunt en weet zeker dat er iemand met gloeiende tangen je ingewanden uit elkaar trekt. “Kon ik het maar van je overnemen, lieverd”, fluistert je bedmaatje, intussen God op z’n blote knietjes dankend dat dit onmogelijk is. Als alles goed gaat ben je een aantal uren ontsluitingsweeën, persweeën, inscheuringen en hechtingen later moeder van een gezonde baby….en dank je Haar oprecht voor dit  allermooiste kind op de hele aardbol.         

Sex? Nou, nee, bedankt!

Het is alweer lang, lang geleden. Maar soms denk ik nog wel eens terug aan de tijd dat ik voorzichtig nieuwsgierig werd naar de wereld van volwassenheid. Want, daar was ik wel van overtuigd, eenmaal volwassen stonden er rare dingen te gebeuren.

We waren een jaar of acht en de hele klas was besmet. Het virus van dubbelzinnig denken greep om zich heen met de gretigheid van een langdurig gedetineerde die vurig naar de vrijheid verlangt. Bij alles, maar dan ook bij werkelijk alles, drong zich wel een vunzige gedachte op. Of liever, de wens dat we er wel eens iets vunzigs van zouden kunnen denken. En we hadden dolle pret! Van voorzichtig ginnegappen tot brede grijns tot schaterlach tot slappe lach. Juffen en meesters dachten wanhopig wel tien keer na voor ze een zin hun mond uit lieten rollen. Zelfs de bijbelverhalen (want christelijke school) werden in onze hoofden volledig herschreven. Niets was nog heilig, niets was nog veilig.

En wisten we nu precies waar we aan dachten? Jazeker! Er was er natuurlijk altijd wel één in de klas die wist hoe de vork in de steel zat en dat op niet mis te verstane wijze communiceerde naar de rest. Het onvoorstelbare botste met de absolute feiten. Want, ook onze ouders hadden zich ooit zo raar hadden gedragen; het overtuigende bewijs waren we zelf! En onze papa’s en mama’s hadden het niet bij die ene keer gelaten, gezien het feit dat bijna iedereen wel broertjes en zusjes had.

Al die vaders en moeders, saaie ooms en tantes, lieve opa’s en oma’s, buurmannen en buurvrouwen; allemaal hadden ze “het” gedaan. De hele wereld ontpopte zich als één groot bacchanaal, als één grote orgie. Afschuwelijk, ongelooflijk, onvoorstelbaar én lachwekkend! Op verjaardagen kon je niemand meer aankijken zonder het inwendig uit te proesten.

En een ding stond toen als een paal boven water; aan dat soort viezigheid zou jij nooit meedoen. Bah!

Carrièrekansen voor oma

Oma oké, oppas, nee. Een paar dagen geleden in de krant. Noodkreet van een aanstaande oma (hieperdehiep) en onvrijwillig aangewezen oppas (nee, dank u!). Oma worden is een gunst; geen oppas worden is een kunst.

In gedachten zag ik zoonlief aan de telefoon hangen om het grote nieuws te vertellen aan zijn toekomstige oppas.

“Lieve mam, we vertellen het jou als eerste: je wordt oppas! Ja, oppas. We beginnen met twee dagen per week. Ja, gezinsuitbreiding, leuk hè? Wat? Geen zin? Ja, maar, wat moeten we dan? ’t Is toch jouw kleinkind? Jij hebt toch ook je verantwoordelijkheid? Wil je dan dat we het in zo’n kinderschuur dumpen? Wat ja. Ja? Dat meen je niet. Nou, dat had ik van jou nooit verwacht.

O, het maakt je niet uit waar ik m’n kind naar toe breng? Als het maar niet bij jou is. Maar we betalen je ervoor, hoor. Je hebt dat geld niet nodig? Zeker weten?

Ja, ik weet ook wel dat je een baan hebt. Nou, maar dan ga je toch wat minder werken? O, dus jij zit liever op je werk dan bij je kleinkind. Mooi is dat. Wat, wij minder werken? Ja, maar onze carrières zitten nog in de lift. Ja, maar dat is anders, die van jou is toch al afgelopen; kwestie van je tijd uitzitten, toch? O, valt dat wel mee? Jij denkt daar anders over? Oké, oké, ook goed.”

Schijnt tegenwoordig heel normaal te zijn. Stelletje maakt kind en oma wordt oppas. En owee, als je d´r geen zin in hebt. Oppas oma. Eerst breng je je kids groot zodat ze zich enigszins zelfstandig kunnen redden en jij er geen omkijken meer naar hebt. Heerlijk! Eindelijk blijft het huis opgeruimd en kun je zomaar je eigen gang gaan. En dan dit! Oppas oma…

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Even googlen: oma oppas. Leverde veel verrassende informatie op. Fanatieke carrièrebeesten of yuppen met een te zware hypotheek kunnen hun oppas oma namelijk declareren bij de overheid. Wist ik niet.
Ik citeer:”Over geld wordt misschien in familiekring niet graag gesproken, maar zou het niet geweldig zijn om oma een leuke vergoeding te kunnen betalen, en daar zelf een (groot) gedeelte weer van terug te krijgen van de overheid? Ons informatie-boekje kunt u downloaden zodat ook oma het kan lezen”.

Da’s dan toch wel weer fijn. Vooral dat grote gedeelte wat je terug kunt krijgen. Als je een beetje fatsoen in je kersenpit hebt sluis je dat voordeeltje gelijk door naar oma. En dan nog heb je je kind voor een habbekrats onder de pannen. Maar het gaat natuurlijk niet om het geld. Nee, het gaat om de opvang in een huiselijke omgeving. Maar dan moet je wel tevreden zijn over de bewezen diensten natuurlijk. Want oma’s zijn vaak eigenwijze donders.
Ik citeer weer: “Bij ons passen de oma’s elke week ieder een dag op de kinderen. Zij zijn veel minder standvastig en hebben totaal geen overwicht”.

Typisch gevalletje voor een functioneringsgesprek, lijkt me. Resultaat- en ontwikkelingsgesprek, ook een optie. Scholingsplan opstellen misschien? Workshop “Hoe voed ik een kind op?” Tenslotte is oma er al een tijdje uit en de tijden veranderen.

Trainingsgoeroes en bijscholingswatjes, verenigt u! Er is werk aan de winkel.

Sinterklaas, wie kent ‘m niet?

Nou, eerlijk gezegd, ik ken de beste man niet. Het is mij nog steeds een raadsel wie er in zo’n tabberd kruipt en wat er onder die baard verstopt zit. Vroeger was het anders. De Sint en alles wat daarbij hoorde was boven iedere twijfel verheven. Tot aan het onvermijdelijke, historische Elsje Koot moment.

Vol ontzag keek ik op tegen wie er dan ook verscholen zat onder de Sintverpakking. Soms kwam ik wel drie Sinterklazen tegen binnen het uur, maar dat deerde niet. In de zalige veronderstelling dat mijn moeder a-l-t-i-j-d de waarheid zei, geloofde ik onvoorwaardelijk in Hulpsinterklazen. Die oude man kon toch niet overal tegelijk zijn, hè? Dat al die Hulpbaarden juist tot gevolg hadden dat er overal tegelijk hele hordes Sinten rondhobbelden, drong niet tot me door. Ik verkeerde nog in heerlijke onwetendheid en genoot met volle teugen.

Tot de onomkeerbare minuten dat Elsje Koot mij op de hoogte bracht van het verbijsterende nieuws.“Nee hoor, Sinterklaas bestaat echt niet! Of geloof jij nog steeds van wel?”

Natuurlijk slikte ik deze onzin niet voor zoete koek. Pff, wat dacht ze wel. Jezus, wat een dom kind, zeg. Want, van wie kwamen dan al die kadootjes, hè? En ik stond toch zeker niet iedere avond voor de kat z’n k*t Sinterklaas Kapoentje te zingen? En die wortel en dat water voor het paard, die waren toch mooi steeds verdwenen, o zo! Net als het borreltje dat we af en toe voor Sinterklaas neerzetten, trouwens. Bewijzen te over: de Sint bestond…en hoe!

En toch, heel even maar, in een flits van een seconde, dacht ik:“en wat als het nu wel waar is, hè? Wie is er dan de ongelooflijke stommerd? Wie heeft zich dan toch echt vreselijk in de maling laten nemen?”

In spelen had ik geen zin meer en ik drentelde naar huis. Daar trof ik mijn moeder aan. Woorden waren eigenlijk niet meer nodig. Zij zag aan mij dat ik mijn onschuld was kwijtgeraakt en ik zag aan haar dat Elsje de waarheid had verteld.

Toch was het niet genoeg! Ik wilde het horen, luid en duidelijk! In een onverklaarbare behoefte aan zelfkwelling spuwde ik de vraag naar buiten. Mijn moeder kalmeerde me…Elsje had niet gelogen. Zij niet…

De vrouwenmaffia…